Archief voor Auteur: lddcantua

X. De ijzermeteoriet van Elbogen

In Carl von Schreiber’s Beyträge zur Geschichte und Kenntniß meteorischer Steine- und Metall-Massen (1820) is een rechtstreekse afdruk opgenomen van een doorgezaagde ijzermeteoriet. Het zaagvlak werd gepolijst en licht geëtst, zodat de kristalstructuur beter zichtbaar werd, met het typerende ‘Widmannstätten patroon’ – dat door drukker Alois von Widmanstätten aan de hand van dit voorbeeld voor het eerst werd beschreven. De meteoriet had oorspronkelijk de vorm van een paardenhoofd en woog ca. 107 kg. Hij heeft een octahedrietstructuur, mat ca. 50x30x20 cm en bestaat hoofdzakelijk uit een nikkel-ijzer legering.

ijzermeteoriet

Natuurdruk van het gepolijste en licht geëtste zaagvlak van de Elbogen meteoriet [dubbelklik op de afbeeldingen voor een vergroting]

Het ging hierbij niet om zomaar een meteoriet, maar om die van Elbogen, beroemd omdat hij als een van de eerste geregistreerde vondsten geldt, en berucht vanwege zijn voorgeschiedenis. Rond 1400 AD moet hij neergekomen zijn in de buurt van Loket, het kasteel van de burggraaf van Elbogen, dat niet ver van Karlovy Var (Karlsbad) in Bohemen, Tsjechië ligt. De wrede burggraaf, waarschijnlijk Puta von Illburk (what’s in a name), werd vervloekt door een oude vrouw, door de bliksem getroffen en in een brok ijzer veranderd. In een andere versie van het verhaal gebeurde dat laatste pas na diens dood. De meteoriet werd voor de zekerheid in de boeien geslagen en vastgeketend inde kerker van het kasteel. Dit gebeurde omdat men bang was dat hij anders lichter zou worden en zelfs als hij in de put op de binnenhof werd gegooid toch weer zou verschijnen.

Tijdens de Dertigjarige oorlog (1618-1648) besloot de Duitse generaal graaf Johann von Werth eens te kijken of dat inderdaad zo was, en hij liet de steen in de put gooien. Daar bleef hij liggen tot de put in 1670 werd drooggelegd en men de steen eruit haalde en in het kasteel bracht. In 1742 gooiden de Fransen hem weer in de put, waar hij bleef liggen tot hij in 1776 werd herontdekt.

In 1811 werd een stukje ervan onderzocht en herkend als een meteoriet. Later werd hij in twee stukken gezaagd; het grootste deel van 79 kg ging naar het Natuurhistorisch Museum in Wenen, het kleinste (14 kg) bevindt zich in het stadhuis van Loket. Waar de overige 14 kg zijn gebleven vertelt het verhaal niet…

Leitha meteoriet

Natuurdruk met een tweede kleur uit Beyträge van een meteoriet uit het Leitha-gebergte (tussen Niederösterreich en Burgenland)

IX. Natuurdruk in de USA: Pastorius, Breintnall en Franklin

pastorius

M. Pexenfelder S.J., ‘Apparatus eruditionis’. In de marges van zijn exemplaar voegde Francis Pastorius natuurdrukken van bladeren en bloemen toe. [dubbelklik op de afbeeldingen voor een vergroting]

Vanuit Duitsland kwam de natuurdruk ook in de Verenigde Staten terecht. Waarschijnlijk was het Francis Daniel Pastorius, een Duitse advocaat, die de techniek in de VS introduceerde. Op verzoek van een groep Duitse emigranten stichtte hij in 1683 Germantown (bij Philadelphia) in Pennsylvania. Dit was de thuishaven van de eerste ‘Pennsylvania Dutch’. Pastorius was in 1688 de allereerste in de VS die een petitie schreef voor de afschaffing van de slavernij. Zelf maakte hij natuurdrukken in de marge van zijn eigen exemplaar van ‘Apparatus eruditionis’(1670). Dit was het Latijnse leerboek dat werd geschreven door Michael Pexenfelder S.J. in de vorm van een driedelige encyclopedie. Deze was bedoeld om studenten via de directe methode Latijn te leren. In de tekst van het hoofdstuk dat gaat over typografie voegde Pastorius onderaan in de marge een opmerking toe over de mogelijkheid om planten af te drukken. De rest van de marges van de twee opengeslagen pagina’s vulde hij met tweezijdige afdrukken van een negental planten en bloemen. In de resterende ruimte op de tweede pagina drukte hij nog vier bladeren af.

breintnall

Twee dubbele pagina’s uit een voorbeeldboek met natuurdruk van Joseph Breintnall.

Een jongere tijdgenoot van Pastorius, Joseph Breintnall, leerde waarschijnlijk door hem de natuurdruk kennen. Hij was de eerste secretaris van de Library Company of Philadelphia, die in 1731 door drukker, uitvinder en politicus Benjamin Franklin samen met anderen werd opgericht. Voor deze vereniging maakte Breintnall onder meer een aantal voorbeeldboeken (1731-42) met natuurdruk, bestemd voor botanici.

breintnall_rattlesnake_herb

Natuurdruk van een blad van Solidago canadensis in de Poor Richard’s Almanack van 1737

In 1737 schreef Breintnall een artikel over ‘Rattlesnake Herb’ voor Benjamin Franklin’s ‘Poor Richard’s Almanack’ (pag. 4-5) van 1737. Dit was een zeer succesvolle publicatie met een oplage van 10.000 exemplaren. Voor de afbeelding van een blad van deze plant maakte Franklin een cliché door een blad dat op een dun weefsel werd geplakt af te drukken in (waarschijnlijk) een gipsmengsel, waarvan eerst een contramal en vervolgens een afgietsel in lettermetaal werd gemaakt. Volgens de tekst betrof het ‘een soort guldenroede’; op de afbeelding afgaand is het Solidago canadensis, die lijkt op de Europese soort S. virgaurea, Echte guldenroede. Het is zeker niet Calathea crotalifera, zoals R. Cave in Impressions of Nature vermoedde.

Benjamin_Franklin_nature_printed_55_dollar_back_1779

Biljet van $ 55 uit 1779 van de staat Pennsylvania met natuurdruk van bladeren

De techniek die voor deze eerste natuurdruk in grote oplagen door Franklin werd ontwikkeld leidde ertoe dat hij in 1739 voor Pennsylvania de eerste bankbiljetten met bladafdrukken ding drukken: volgens hem een perfecte manier om vervalsingen te voorkomen. Deze druktechniek werd zeker tot in 1779 toegepast. Op de afbeelding is rechts een salieblad te zien, het blad links is niet zo gauw thuis te brengen. De afdruk van het onderliggende weefsel is duidelijk zichtbaar.

 

VIII. Ectypa plantarum. Hoppe en Martius

hoppe_ectypa_helleborus _nigerApotheker David Heinrich Hoppe (1716-1846) richtte samen met zijn collega Ernst Wilhelm Martius de oudste nog bestaande botanische vereniging op, de Regensburger Botanische Gesellschaft. Hoppe publiceerde Ectypa plantarum ratisbonensium oder Abdrücke derjenigen Pflanzen, welche um Regensburg wild wachsen (Regensburg, 1787-1793).

Afgebeeld is hier Helleborus niger, kerstroos (klik op de afbeeldingen voor een vergroting), waar hij als beschrijving bijvoegde: ‘Wahre schwarze Nieswurz. Der Schaft ist gewöhnlich nackt, zweiblütig. Die Blätter sind fußförmig. Noch habe ich diese Pflanze nicht wild gefunden, aber sie wird in Gärten gezogen, und ist in Bayern einheimisch, blühet in den Wintermonaten. Die Wurzel (Rad. Hellebori nigri) ist offizinell’. [dubbelklik op de afbeeldingen voor een vergroting]

Martius_titelpagina

Martius (1756-1849) beschreef zelf in Neueste Anweisung, Pflanzen nach dem Leben abzudrücken (Wezlar 1784) zijn verfijning van de druktechniek: Men gaat uit van goed gekozen planten of delen daarvan; deze worden gereinigd, dikke delen platter gemaakt door er een deel af te snijden; vervolgens gedroogd; zodat deze voor een gewoon herbarium of voor het afdrukken geschikt zijn. Met een leren drukkersbal wordt koperdrukinkt op een gepolijste koperplaat in een dunne laag gelijkmatig aangebracht. De plant wordt met de af te drukken kant op de beïnkte koperplaat gelegd, daarop (evenals onder de koperplaat) een dikke laag vloeipapier en daar weer bovenop een stevig en glad stuk hout. Dit gaat onder de pers en wordt onder hoge druk gebracht. De plant wordt aan het uiteinde van de steel voorzichtig van de koperplaat gelicht en met de beïnkte zijde op een schoon vel papier gelegd. Dit wordt weer tussen het vloeipapier en de twee planken gelegd en onder druk gebracht. Nadat de plant is verwijderd ‘zal op deze plaats een afdruk verschijnen, die in fijnheid de fraaiste kopergravure overtreft’. De hele procedure kan bij een stevige plant met hetzelfde exemplaareen aantal malen worden herhaald, en de volgende afdrukken zullen alleen maar beter worden, omdat de zachte plantendelen de inkt steeds beter zullen opnemen. Bij zachte planten als kervel mag men echter blij zijn als men één goed afdruk van hetzelfde exemplaar kan maken. Zeldzame planten die men ook nog (met de andere kant naar boven) in een herbarium wil bewaren kan men het beste maar één keer afdrukken. Deze exemplaren ‘zullen nooit door wormen worden aangetast’.

martius_agrimkopie

Martius voegde drie voorbeelden toe, waarvan bijgaande afbeelding van Agrimonia eupatoria, Gewone agrimonie, er een is.

VII. Plantes de la jardin royale

Welriekende agrimonie, Agrimonia procera, in Jean Nicolas de la Hire's Planters de la jardin royale

Welriekende agrimonie, Agrimonia procera, in Jean Nicolas de la Hire’s Plantes du Jardin Royal

[dubbelklik op de afbeelding voor een vergroting]

Plantes du Jardin Royal

‘Plantes du Jardin Royal’ is het onvoltooide werk dat Jean Nicolas de la Hire (/Hyre, 1685-1727), naliet. Hij was arts en botanicus, woonde in Parijs en was lid van de Académie des Sciences. De afbeeldingen in het boek maakte hij volgens een door hemzelf bedachte methode. De botanische en de artistieke kwaliteit is hoog, de detaillering in de weergave is groot, maar het is moeilijk te zien welk aandeel de gedroogde plant bij de vervaardiging ervan heeft gespeeld. Er wordt verondersteld dat deze alleen voor het maken van een blinddruk in het papier is gebruikt, waarna de eigenlijke afbeelding is ingetekend. De la Hire beschreef zijn techniek nergens en nam deze mee in zijn graf.

VI. Botanica in originali

 

Kniphof_botanica_in_originali

[dubbelklik op de afbeeldingen voor een vergroting]

Botanica in originali

Een van de bekendste werken met afbeeldingen van planten in natuurdruk is Botanica in Originali Pharmaceutica, Das ist: Lebendig Officinal-Kräuter-Buch (Erfurt, 1733) van arts/botanicus Johann Hieronymus Kniphof (1703-1763). Het verscheen aanvankelijk in twee delen, maar latere edities werden sterk uitgebreid en dragen de titel Botanica in Originali, seu Herbarium vivum. De bekendste editie is die van drukker Gottfried Trampe (Halle a.d. Saale 1757-1764), uitgebracht in 12 delen (centurieën) van 100 platen. Ieder deel had een ander titelblad met ingekleurde natuurdrukken.

Kniphof hield de methode waarmee hij de afbeeldingen vervaardigde geheim. Hij was degene die als eerste de productie en uitgave van natuurdrukken op een georganiseerde manier ter hand nam, voortzette en verbeterde. Hoe groot de oplagen waren is niet bekend, wel dat het werk erg gewild was.De uiterst decoratieve inkleuring had één groot nadeel: de botanische details van de oorspronkelijke afdruk verdwenen grotendeels onder de verf. Hoe gedetailleerd de ongekleurde afdrukken waren is te zien aan die van de akelei. De gekleurde afdruk de bloemen van perzikbladklokje laat zien dat de bloemen er soms nogal vrij bijgeschilderd werden. Na Kniphofs dood werd het Zuid-Afrikaanse plantengeslacht vuurpijlen naar hem vernoemd: Kniphofia.

Kniphof_1747_Aquilegia_sylvestris_detail kniphof_camp_persic_detail

V. Verspreiding en verfijning van natuurdruk

Boccone_Disegni_naturali_1695 - kopie - kopie

[dubbelklik op de afbeelding voor een vergroting]

Voor zover bekend was de Franse arts Antoine Mizauld (1520-1578) de eerste die in zijn Dendranatome (Parijs, 1560) de suggestie deed om grotere bladeren niet in hun geheel af te drukken, maar alleen het skelet ervan. Dat werd bereikt door het blad te laten rotten of met behulp van chemicaliën. Mizauld was kennelijk van mening dat bladeren het best te identificeren waren aan de hand van de omtrek en de nerven. Daarmee was hij de grondlegger van een methode die ook nu nog wordt toegepast: het standaardwerk ‘Nederlandse dendrologie’ (1ste druk 1933, 15de druk 2009) hanteert de bladvorm als belangrijkste kenmerk om bomen en struiken op naam te brengen. De lijntekeningen waarmee het werk is geïllustreerd geven voor het overgrote deel bladvormen en nervatuur weer.

Adriaen van den Spieghel (1578-1625), arts in Padua en naamgever van het plantengeslacht Spigelia, gebruikte drukkersinkt in plaats van roet om een afdruk te verkrijgen en bracht de inkt aan met een inktbal (drukkersbal). Hierdoor werden de fijnere bladstructuren beter zichtbaar en waren de afdrukken beter houdbaar. Johann Daniel Geyer (Dresden, 1661-1735) merkt in zijn Dictamnographia (1687) op dat natuurdruk voor botanici een methode is om afbeeldingen te maken wanneer zij zelf niet voldoende tekenvaardigheid bezitten.

In Engeland is natuurdruk pas echt verspreid geraakt na een verblijf van de Italiaanse natuurvorser Paolo (/Silvio) Boccone (1633-1704) , die zijn kennis onder andere doorgaf aan botanicus William Sherard (1659-1728). Van Boccone zijn twee manuscripten met plantenafbeeldingen in natuurdruk bekend, de Disegni naturali, opgedragen aan keizer Leopold I van Oostenrijk, en een collectie die aan Charles Montagu, Earl of Manchester werd geschonken (nu in de Bodleian Library, Oxford). Afgebeeld is hierboven een bladzij uit Disegni naturali met een afbeelding van Osmunda regalis, koningsvaren, en een van Angelica sylvestris, Gewone engelwortel.

IV. ‘Over het afdrukken van allerlei groen blad…’

Alexius_pedemontanus_de_secretis_libri_sex_1560

[dubbelklik op de afbeelding voor een vergroting]

De eerste wat meer uitvoerige handleiding voor het maken van natuurdrukken stond in Secreti nuovi di maravigliosa virtù (1557) van Girolamo Ruscelli uit Piemonte (ca. 1480-1566), die schreef onder het pseudoniem Alexius Pedemontanus. Het bevat recepten voor allerlei preparaten en middeltjes tegen allerlei kwalen; het werd heel populair en binnen de kortste keren vertaald in het Latijn (Liber de secretis naturae), Frans, Duits, Spaans, Pools en Engels.

In het hoofdstuk ‘Over het afdrukken van allerlei groen blad of kruiden naar de natuur’ staat te lezen: ‘Neem de loofbladeren, kneus de grootste aders aan het uiteinde licht met een houtje en smeer ze daarna met de volgende verf in. Neem een potje met lijnolie, steek dat aan en zet er een buis overheen waar de rook doorheen kan en het roet in blijft plakken. Haal het roet uit de buis, maak het aan met een beetje olie of vernis en smeer daarmee het blad in, het laatst waar je het gekneusd hebt, met een linnen of katoenen doek. Leg het daarna […] in een dubbel gevouwen papier, druk het licht aan met de hand of een doek. Neem het [blad] vervolgens weer weg, dan is het mooi en natuurlijk tot op het kleinste adertje afgedrukt’. Pedemontanus geeft ook een recept voor een groene verfstof, dat hij samenstelt uit azijn, vitriool en gal. ‘Op deze wijze kun je vele en allerhande mooie dingen maken, zoals behang, en die in huis hangen’.

III. Natuurdruk: da Vinci en Pacino

 

natuurdruk_leonardo_2salvia_leonardo_codexatl_IX_616

[dubbelklik op de afbeeldingen voor een vergroting]

Leonardo da Vinci

In de Bibliotheca Ambrosiana (Milaan) bevindt zich de Codex Atlanticus. Deze bestaat uit losse bladen met tekeningen en aantekeningen van Leonardo da Vinci. Op een van deze bladen (IX, 616; ca. 1505) maakte hij een afdruk van een salieblad. Het procedé beschrijft hij als volgt: ‘Het papier moet worden bestreken met lampenroet gemengd met zoete olie; dan wordt het blad van de plant met loodwit in olie dun gekleurd, zoals dat met het zetsel in de boekdrukpers wordt gedaan; vervolgens wordt dit op de gebruikelijke wijze afgedrukt; [de afbeelding van] het blad wordt dan donker in de verdiepingen en licht in de verhogingen’. Helemaal duidelijk is de tekst niet, maar de afdruk met daarboven ‘SALVIA’ is onmiskenbaar.

zenobio_pacini_1520

Zenobio Pacino

Een van de eerste kruidenboeken werd rond 1520 in Florence gemaakt door de ‘Aromatarius’ (parfumeur) Zenobio Pacino. Hij gebruikte een verfijnde techniek voor de 203 plantenafdrukken in zijn boek. De plant werd eerst aan beide zijden ingeïnkt. Vervolgens werd deze tussen de helften van een dubbelgevouwen stuk papier gelegd en daarna met behulp van een roller afgedrukt. Details van de wortel en andere plantendelen die niet nauwkeurig genoeg konden worden afgedrukt werden met de hand toegevoegd. In veel gevallen werd de afdruk ingekleurd. Op de titelpagina is een exemplaar van adderwortel, Polygonum bistorta afgebeeld.

 

II. Natuurdruk: echte afbeeldingen. Het oudste voorbeeld, ‘Bergkarwij’

20141115_natdrk_expo_entree

[dubbelklik op de afbeeldingen voor een vergroting]

De voorbeelden van natuurdruk die in Teylers Museum worden getoond (15 november 2014-15 maart 2015) zijn allemaal afkomstig uit de eigen collectie van het museum. Ze laten maar een stukje zien van de laatste periode uit de geschiedenis van deze techniek. Het oudst bekende voorbeeld stamt waarschijnlijk uit 1228 AD. Het staat op een blad dat is ingestoken (vandaar de twijfel bij de datering) in een Arabisch manuscript, dat werd gekopieerd in Anatolië of Noord-Syrië. Het is een vertaling van Dioskourides’ De Materia Medica, een beroemd kruidenboek dat oorspronkelijk in het Grieks werd geschreven als περί ύλης ιατρικής tussen 50 en 70 AD.  Het bevatte beschrijvingen van rond de 600 verschillende planten. Latere edities werden vaak sterk gewijzigd. Het is dan maar de vraag of de op dit blad afgebeelde plant ook in het origineel stond. Volgens de beschrijving is de afgebeelde plant ‘karfus jabali’. ‘Karfus’ was de Griekse aanduiding voor een schermbloemige plant; via ‘Carvus’ werd dat onze ‘Karwij’. ‘Jabali’ betekent ‘van de bergen’; je zou ‘karfus jabali’ dus vrij kunnen vertalen als ‘bergkarwij’. De moderne naam van de afgebeelde plant is onbekend en heeft er waarschijnlijk niets mee te maken.

 

natuurdruk_karvus_jabali_natuurdruk_diosc_1228

Van het bovengrondse deel van de plant zijn zo te zien de grote bladeren met inkt ingesmeerd en afgedrukt. De rest van de afbeelding – stengels, kleine blaadjes en wortel – lijkt te zijn geschilderd, misschien wel vóórdat de blaadjes afzonderlijk werden afgedrukt. Het is het enige voorbeeld van natuurdruk dat bekend is uit de Islamitische wereld.

De vertaling van de tekst luidt: ‘Karfus jabali’ heeft stengels die 1 voet hoog worden en uit een dikke wortel komen. [Ze vertakken zich in] kleine stengels die [bloem]hoofdjes dragen als die van Gevlekte scheerling. Hij heeft een lang[werpig]e vrucht, die scherp en aangenaam van smaak is en lijkt op k-m-z [?]. Hij groeit op rotsen en bergachtige plaatsen. Zijn vrucht werkt krachtig wanneer hij gedronken wordt met rode wijn. Hij laat de urine stromen en brengt de menstruatie op gang. Hij vormt een bestanddeel van likkepotten en hete specerijenmengsels’.

Volgende keer: Leonardo da Vinci, en meer over de inleiding met demonstratie op zondag 18 januari 2015.

I. Expositie in Teylers Museum: ‘Natuurdruk, echte afbeeldingen’

Vanaf 15 november is in het Boekenkabinet van Teylers Museum in Haarlem de expositie ‘Natuurdruk: echte afbeeldingen’ te zien. Deze selectie van boeken uit de eigen collectie van het museum is gemaakt door Leo den Dulk. Te zien zijn een tiental boeken met botanische en andere illustraties in natuurdruk, met enkele voorlopers in andere technieken.

Afbeeldingen van planten worden al gemaakt sinds mensen tekenen. Dat gebeurde soms voor versiering, maar veel vaker om nuttige planten te kunnen herkennen: heilzame planten moest men kunnen onderscheiden van giftige. Een plant goed afbeelden vraagt echter talent en tijd. Al vroeg ging men proberen directe afbeeldingen van planten te maken door ze te beroeten en op een vel papier te drukken: de eerste natuurdrukken. Vanaf de 16de eeuw werden ingekleurde afdrukken van planten een van de methoden om de kennis over het explosief groeiende aantal bekende planten te verspreiden. Ook van andere voorwerpen werden wel natuurdrukken gemaakt. De zeer beperkte oplagen die met de techniek mogelijk waren vormden een beperking. Een revolutionair verbeterde techniek werd pas rond 1850 in Wenen gevonden – en direct door een Engelsman gekaapt en gepatenteerd. De volgende 50 jaar beschouwden sommige botanici natuurdruk als de beste manier om authentieke, wetenschappelijk verantwoordde plantenafbeeldingen te maken, tot goedkopere druktechnieken de natuurdruk verdrongen.

De expositie is te zien tot 15 maart 2015. Tot dan wordt op www.cantua.nl wekelijks een aspect van natuurdruk belicht.