Archief voor Auteur: lddcantua

VII. Plantes de la jardin royale

Welriekende agrimonie, Agrimonia procera, in Jean Nicolas de la Hire's Planters de la jardin royale

Welriekende agrimonie, Agrimonia procera, in Jean Nicolas de la Hire’s Plantes du Jardin Royal

[dubbelklik op de afbeelding voor een vergroting]

Plantes du Jardin Royal

‘Plantes du Jardin Royal’ is het onvoltooide werk dat Jean Nicolas de la Hire (/Hyre, 1685-1727), naliet. Hij was arts en botanicus, woonde in Parijs en was lid van de Académie des Sciences. De afbeeldingen in het boek maakte hij volgens een door hemzelf bedachte methode. De botanische en de artistieke kwaliteit is hoog, de detaillering in de weergave is groot, maar het is moeilijk te zien welk aandeel de gedroogde plant bij de vervaardiging ervan heeft gespeeld. Er wordt verondersteld dat deze alleen voor het maken van een blinddruk in het papier is gebruikt, waarna de eigenlijke afbeelding is ingetekend. De la Hire beschreef zijn techniek nergens en nam deze mee in zijn graf.

VI. Botanica in originali

 

Kniphof_botanica_in_originali

[dubbelklik op de afbeeldingen voor een vergroting]

Botanica in originali

Een van de bekendste werken met afbeeldingen van planten in natuurdruk is Botanica in Originali Pharmaceutica, Das ist: Lebendig Officinal-Kräuter-Buch (Erfurt, 1733) van arts/botanicus Johann Hieronymus Kniphof (1703-1763). Het verscheen aanvankelijk in twee delen, maar latere edities werden sterk uitgebreid en dragen de titel Botanica in Originali, seu Herbarium vivum. De bekendste editie is die van drukker Gottfried Trampe (Halle a.d. Saale 1757-1764), uitgebracht in 12 delen (centurieën) van 100 platen. Ieder deel had een ander titelblad met ingekleurde natuurdrukken.

Kniphof hield de methode waarmee hij de afbeeldingen vervaardigde geheim. Hij was degene die als eerste de productie en uitgave van natuurdrukken op een georganiseerde manier ter hand nam, voortzette en verbeterde. Hoe groot de oplagen waren is niet bekend, wel dat het werk erg gewild was.De uiterst decoratieve inkleuring had één groot nadeel: de botanische details van de oorspronkelijke afdruk verdwenen grotendeels onder de verf. Hoe gedetailleerd de ongekleurde afdrukken waren is te zien aan die van de akelei. De gekleurde afdruk de bloemen van perzikbladklokje laat zien dat de bloemen er soms nogal vrij bijgeschilderd werden. Na Kniphofs dood werd het Zuid-Afrikaanse plantengeslacht vuurpijlen naar hem vernoemd: Kniphofia.

Kniphof_1747_Aquilegia_sylvestris_detail kniphof_camp_persic_detail

V. Verspreiding en verfijning van natuurdruk

Boccone_Disegni_naturali_1695 - kopie - kopie

[dubbelklik op de afbeelding voor een vergroting]

Voor zover bekend was de Franse arts Antoine Mizauld (1520-1578) de eerste die in zijn Dendranatome (Parijs, 1560) de suggestie deed om grotere bladeren niet in hun geheel af te drukken, maar alleen het skelet ervan. Dat werd bereikt door het blad te laten rotten of met behulp van chemicaliën. Mizauld was kennelijk van mening dat bladeren het best te identificeren waren aan de hand van de omtrek en de nerven. Daarmee was hij de grondlegger van een methode die ook nu nog wordt toegepast: het standaardwerk ‘Nederlandse dendrologie’ (1ste druk 1933, 15de druk 2009) hanteert de bladvorm als belangrijkste kenmerk om bomen en struiken op naam te brengen. De lijntekeningen waarmee het werk is geïllustreerd geven voor het overgrote deel bladvormen en nervatuur weer.

Adriaen van den Spieghel (1578-1625), arts in Padua en naamgever van het plantengeslacht Spigelia, gebruikte drukkersinkt in plaats van roet om een afdruk te verkrijgen en bracht de inkt aan met een inktbal (drukkersbal). Hierdoor werden de fijnere bladstructuren beter zichtbaar en waren de afdrukken beter houdbaar. Johann Daniel Geyer (Dresden, 1661-1735) merkt in zijn Dictamnographia (1687) op dat natuurdruk voor botanici een methode is om afbeeldingen te maken wanneer zij zelf niet voldoende tekenvaardigheid bezitten.

In Engeland is natuurdruk pas echt verspreid geraakt na een verblijf van de Italiaanse natuurvorser Paolo (/Silvio) Boccone (1633-1704) , die zijn kennis onder andere doorgaf aan botanicus William Sherard (1659-1728). Van Boccone zijn twee manuscripten met plantenafbeeldingen in natuurdruk bekend, de Disegni naturali, opgedragen aan keizer Leopold I van Oostenrijk, en een collectie die aan Charles Montagu, Earl of Manchester werd geschonken (nu in de Bodleian Library, Oxford). Afgebeeld is hierboven een bladzij uit Disegni naturali met een afbeelding van Osmunda regalis, koningsvaren, en een van Angelica sylvestris, Gewone engelwortel.

IV. ‘Over het afdrukken van allerlei groen blad…’

Alexius_pedemontanus_de_secretis_libri_sex_1560

[dubbelklik op de afbeelding voor een vergroting]

De eerste wat meer uitvoerige handleiding voor het maken van natuurdrukken stond in Secreti nuovi di maravigliosa virtù (1557) van Girolamo Ruscelli uit Piemonte (ca. 1480-1566), die schreef onder het pseudoniem Alexius Pedemontanus. Het bevat recepten voor allerlei preparaten en middeltjes tegen allerlei kwalen; het werd heel populair en binnen de kortste keren vertaald in het Latijn (Liber de secretis naturae), Frans, Duits, Spaans, Pools en Engels.

In het hoofdstuk ‘Over het afdrukken van allerlei groen blad of kruiden naar de natuur’ staat te lezen: ‘Neem de loofbladeren, kneus de grootste aders aan het uiteinde licht met een houtje en smeer ze daarna met de volgende verf in. Neem een potje met lijnolie, steek dat aan en zet er een buis overheen waar de rook doorheen kan en het roet in blijft plakken. Haal het roet uit de buis, maak het aan met een beetje olie of vernis en smeer daarmee het blad in, het laatst waar je het gekneusd hebt, met een linnen of katoenen doek. Leg het daarna […] in een dubbel gevouwen papier, druk het licht aan met de hand of een doek. Neem het [blad] vervolgens weer weg, dan is het mooi en natuurlijk tot op het kleinste adertje afgedrukt’. Pedemontanus geeft ook een recept voor een groene verfstof, dat hij samenstelt uit azijn, vitriool en gal. ‘Op deze wijze kun je vele en allerhande mooie dingen maken, zoals behang, en die in huis hangen’.

III. Natuurdruk: da Vinci en Pacino

 

natuurdruk_leonardo_2salvia_leonardo_codexatl_IX_616

[dubbelklik op de afbeeldingen voor een vergroting]

Leonardo da Vinci

In de Bibliotheca Ambrosiana (Milaan) bevindt zich de Codex Atlanticus. Deze bestaat uit losse bladen met tekeningen en aantekeningen van Leonardo da Vinci. Op een van deze bladen (IX, 616; ca. 1505) maakte hij een afdruk van een salieblad. Het procedé beschrijft hij als volgt: ‘Het papier moet worden bestreken met lampenroet gemengd met zoete olie; dan wordt het blad van de plant met loodwit in olie dun gekleurd, zoals dat met het zetsel in de boekdrukpers wordt gedaan; vervolgens wordt dit op de gebruikelijke wijze afgedrukt; [de afbeelding van] het blad wordt dan donker in de verdiepingen en licht in de verhogingen’. Helemaal duidelijk is de tekst niet, maar de afdruk met daarboven ‘SALVIA’ is onmiskenbaar.

zenobio_pacini_1520

Zenobio Pacino

Een van de eerste kruidenboeken werd rond 1520 in Florence gemaakt door de ‘Aromatarius’ (parfumeur) Zenobio Pacino. Hij gebruikte een verfijnde techniek voor de 203 plantenafdrukken in zijn boek. De plant werd eerst aan beide zijden ingeïnkt. Vervolgens werd deze tussen de helften van een dubbelgevouwen stuk papier gelegd en daarna met behulp van een roller afgedrukt. Details van de wortel en andere plantendelen die niet nauwkeurig genoeg konden worden afgedrukt werden met de hand toegevoegd. In veel gevallen werd de afdruk ingekleurd. Op de titelpagina is een exemplaar van adderwortel, Polygonum bistorta afgebeeld.

 

II. Natuurdruk: echte afbeeldingen. Het oudste voorbeeld, ‘Bergkarwij’

20141115_natdrk_expo_entree

[dubbelklik op de afbeeldingen voor een vergroting]

De voorbeelden van natuurdruk die in Teylers Museum worden getoond (15 november 2014-15 maart 2015) zijn allemaal afkomstig uit de eigen collectie van het museum. Ze laten maar een stukje zien van de laatste periode uit de geschiedenis van deze techniek. Het oudst bekende voorbeeld stamt waarschijnlijk uit 1228 AD. Het staat op een blad dat is ingestoken (vandaar de twijfel bij de datering) in een Arabisch manuscript, dat werd gekopieerd in Anatolië of Noord-Syrië. Het is een vertaling van Dioskourides’ De Materia Medica, een beroemd kruidenboek dat oorspronkelijk in het Grieks werd geschreven als περί ύλης ιατρικής tussen 50 en 70 AD.  Het bevatte beschrijvingen van rond de 600 verschillende planten. Latere edities werden vaak sterk gewijzigd. Het is dan maar de vraag of de op dit blad afgebeelde plant ook in het origineel stond. Volgens de beschrijving is de afgebeelde plant ‘karfus jabali’. ‘Karfus’ was de Griekse aanduiding voor een schermbloemige plant; via ‘Carvus’ werd dat onze ‘Karwij’. ‘Jabali’ betekent ‘van de bergen’; je zou ‘karfus jabali’ dus vrij kunnen vertalen als ‘bergkarwij’. De moderne naam van de afgebeelde plant is onbekend en heeft er waarschijnlijk niets mee te maken.

 

natuurdruk_karvus_jabali_natuurdruk_diosc_1228

Van het bovengrondse deel van de plant zijn zo te zien de grote bladeren met inkt ingesmeerd en afgedrukt. De rest van de afbeelding – stengels, kleine blaadjes en wortel – lijkt te zijn geschilderd, misschien wel vóórdat de blaadjes afzonderlijk werden afgedrukt. Het is het enige voorbeeld van natuurdruk dat bekend is uit de Islamitische wereld.

De vertaling van de tekst luidt: ‘Karfus jabali’ heeft stengels die 1 voet hoog worden en uit een dikke wortel komen. [Ze vertakken zich in] kleine stengels die [bloem]hoofdjes dragen als die van Gevlekte scheerling. Hij heeft een lang[werpig]e vrucht, die scherp en aangenaam van smaak is en lijkt op k-m-z [?]. Hij groeit op rotsen en bergachtige plaatsen. Zijn vrucht werkt krachtig wanneer hij gedronken wordt met rode wijn. Hij laat de urine stromen en brengt de menstruatie op gang. Hij vormt een bestanddeel van likkepotten en hete specerijenmengsels’.

Volgende keer: Leonardo da Vinci, en meer over de inleiding met demonstratie op zondag 18 januari 2015.

I. Expositie in Teylers Museum: ‘Natuurdruk, echte afbeeldingen’

Vanaf 15 november is in het Boekenkabinet van Teylers Museum in Haarlem de expositie ‘Natuurdruk: echte afbeeldingen’ te zien. Deze selectie van boeken uit de eigen collectie van het museum is gemaakt door Leo den Dulk. Te zien zijn een tiental boeken met botanische en andere illustraties in natuurdruk, met enkele voorlopers in andere technieken.

Afbeeldingen van planten worden al gemaakt sinds mensen tekenen. Dat gebeurde soms voor versiering, maar veel vaker om nuttige planten te kunnen herkennen: heilzame planten moest men kunnen onderscheiden van giftige. Een plant goed afbeelden vraagt echter talent en tijd. Al vroeg ging men proberen directe afbeeldingen van planten te maken door ze te beroeten en op een vel papier te drukken: de eerste natuurdrukken. Vanaf de 16de eeuw werden ingekleurde afdrukken van planten een van de methoden om de kennis over het explosief groeiende aantal bekende planten te verspreiden. Ook van andere voorwerpen werden wel natuurdrukken gemaakt. De zeer beperkte oplagen die met de techniek mogelijk waren vormden een beperking. Een revolutionair verbeterde techniek werd pas rond 1850 in Wenen gevonden – en direct door een Engelsman gekaapt en gepatenteerd. De volgende 50 jaar beschouwden sommige botanici natuurdruk als de beste manier om authentieke, wetenschappelijk verantwoordde plantenafbeeldingen te maken, tot goedkopere druktechnieken de natuurdruk verdrongen.

De expositie is te zien tot 15 maart 2015. Tot dan wordt op www.cantua.nl wekelijks een aspect van natuurdruk belicht.