Archief per Maand: december 2014

VI. Botanica in originali

 

Kniphof_botanica_in_originali

[dubbelklik op de afbeeldingen voor een vergroting]

Botanica in originali

Een van de bekendste werken met afbeeldingen van planten in natuurdruk is Botanica in Originali Pharmaceutica, Das ist: Lebendig Officinal-Kräuter-Buch (Erfurt, 1733) van arts/botanicus Johann Hieronymus Kniphof (1703-1763). Het verscheen aanvankelijk in twee delen, maar latere edities werden sterk uitgebreid en dragen de titel Botanica in Originali, seu Herbarium vivum. De bekendste editie is die van drukker Gottfried Trampe (Halle a.d. Saale 1757-1764), uitgebracht in 12 delen (centurieën) van 100 platen. Ieder deel had een ander titelblad met ingekleurde natuurdrukken.

Kniphof hield de methode waarmee hij de afbeeldingen vervaardigde geheim. Hij was degene die als eerste de productie en uitgave van natuurdrukken op een georganiseerde manier ter hand nam, voortzette en verbeterde. Hoe groot de oplagen waren is niet bekend, wel dat het werk erg gewild was.De uiterst decoratieve inkleuring had één groot nadeel: de botanische details van de oorspronkelijke afdruk verdwenen grotendeels onder de verf. Hoe gedetailleerd de ongekleurde afdrukken waren is te zien aan die van de akelei. De gekleurde afdruk de bloemen van perzikbladklokje laat zien dat de bloemen er soms nogal vrij bijgeschilderd werden. Na Kniphofs dood werd het Zuid-Afrikaanse plantengeslacht vuurpijlen naar hem vernoemd: Kniphofia.

Kniphof_1747_Aquilegia_sylvestris_detail kniphof_camp_persic_detail

V. Verspreiding en verfijning van natuurdruk

Boccone_Disegni_naturali_1695 - kopie - kopie

[dubbelklik op de afbeelding voor een vergroting]

Voor zover bekend was de Franse arts Antoine Mizauld (1520-1578) de eerste die in zijn Dendranatome (Parijs, 1560) de suggestie deed om grotere bladeren niet in hun geheel af te drukken, maar alleen het skelet ervan. Dat werd bereikt door het blad te laten rotten of met behulp van chemicaliën. Mizauld was kennelijk van mening dat bladeren het best te identificeren waren aan de hand van de omtrek en de nerven. Daarmee was hij de grondlegger van een methode die ook nu nog wordt toegepast: het standaardwerk ‘Nederlandse dendrologie’ (1ste druk 1933, 15de druk 2009) hanteert de bladvorm als belangrijkste kenmerk om bomen en struiken op naam te brengen. De lijntekeningen waarmee het werk is geïllustreerd geven voor het overgrote deel bladvormen en nervatuur weer.

Adriaen van den Spieghel (1578-1625), arts in Padua en naamgever van het plantengeslacht Spigelia, gebruikte drukkersinkt in plaats van roet om een afdruk te verkrijgen en bracht de inkt aan met een inktbal (drukkersbal). Hierdoor werden de fijnere bladstructuren beter zichtbaar en waren de afdrukken beter houdbaar. Johann Daniel Geyer (Dresden, 1661-1735) merkt in zijn Dictamnographia (1687) op dat natuurdruk voor botanici een methode is om afbeeldingen te maken wanneer zij zelf niet voldoende tekenvaardigheid bezitten.

In Engeland is natuurdruk pas echt verspreid geraakt na een verblijf van de Italiaanse natuurvorser Paolo (/Silvio) Boccone (1633-1704) , die zijn kennis onder andere doorgaf aan botanicus William Sherard (1659-1728). Van Boccone zijn twee manuscripten met plantenafbeeldingen in natuurdruk bekend, de Disegni naturali, opgedragen aan keizer Leopold I van Oostenrijk, en een collectie die aan Charles Montagu, Earl of Manchester werd geschonken (nu in de Bodleian Library, Oxford). Afgebeeld is hierboven een bladzij uit Disegni naturali met een afbeelding van Osmunda regalis, koningsvaren, en een van Angelica sylvestris, Gewone engelwortel.

IV. ‘Over het afdrukken van allerlei groen blad…’

Alexius_pedemontanus_de_secretis_libri_sex_1560

[dubbelklik op de afbeelding voor een vergroting]

De eerste wat meer uitvoerige handleiding voor het maken van natuurdrukken stond in Secreti nuovi di maravigliosa virtù (1557) van Girolamo Ruscelli uit Piemonte (ca. 1480-1566), die schreef onder het pseudoniem Alexius Pedemontanus. Het bevat recepten voor allerlei preparaten en middeltjes tegen allerlei kwalen; het werd heel populair en binnen de kortste keren vertaald in het Latijn (Liber de secretis naturae), Frans, Duits, Spaans, Pools en Engels.

In het hoofdstuk ‘Over het afdrukken van allerlei groen blad of kruiden naar de natuur’ staat te lezen: ‘Neem de loofbladeren, kneus de grootste aders aan het uiteinde licht met een houtje en smeer ze daarna met de volgende verf in. Neem een potje met lijnolie, steek dat aan en zet er een buis overheen waar de rook doorheen kan en het roet in blijft plakken. Haal het roet uit de buis, maak het aan met een beetje olie of vernis en smeer daarmee het blad in, het laatst waar je het gekneusd hebt, met een linnen of katoenen doek. Leg het daarna […] in een dubbel gevouwen papier, druk het licht aan met de hand of een doek. Neem het [blad] vervolgens weer weg, dan is het mooi en natuurlijk tot op het kleinste adertje afgedrukt’. Pedemontanus geeft ook een recept voor een groene verfstof, dat hij samenstelt uit azijn, vitriool en gal. ‘Op deze wijze kun je vele en allerhande mooie dingen maken, zoals behang, en die in huis hangen’.

III. Natuurdruk: da Vinci en Pacino

 

natuurdruk_leonardo_2salvia_leonardo_codexatl_IX_616

[dubbelklik op de afbeeldingen voor een vergroting]

Leonardo da Vinci

In de Bibliotheca Ambrosiana (Milaan) bevindt zich de Codex Atlanticus. Deze bestaat uit losse bladen met tekeningen en aantekeningen van Leonardo da Vinci. Op een van deze bladen (IX, 616; ca. 1505) maakte hij een afdruk van een salieblad. Het procedé beschrijft hij als volgt: ‘Het papier moet worden bestreken met lampenroet gemengd met zoete olie; dan wordt het blad van de plant met loodwit in olie dun gekleurd, zoals dat met het zetsel in de boekdrukpers wordt gedaan; vervolgens wordt dit op de gebruikelijke wijze afgedrukt; [de afbeelding van] het blad wordt dan donker in de verdiepingen en licht in de verhogingen’. Helemaal duidelijk is de tekst niet, maar de afdruk met daarboven ‘SALVIA’ is onmiskenbaar.

zenobio_pacini_1520

Zenobio Pacino

Een van de eerste kruidenboeken werd rond 1520 in Florence gemaakt door de ‘Aromatarius’ (parfumeur) Zenobio Pacino. Hij gebruikte een verfijnde techniek voor de 203 plantenafdrukken in zijn boek. De plant werd eerst aan beide zijden ingeïnkt. Vervolgens werd deze tussen de helften van een dubbelgevouwen stuk papier gelegd en daarna met behulp van een roller afgedrukt. Details van de wortel en andere plantendelen die niet nauwkeurig genoeg konden worden afgedrukt werden met de hand toegevoegd. In veel gevallen werd de afdruk ingekleurd. Op de titelpagina is een exemplaar van adderwortel, Polygonum bistorta afgebeeld.