XIII. ‘Over het gedrag van een jonge Engelsman genaamd Henry Bradbury’

Na de Great Exhibition van 1851 in Londen was de belangstelling voor het werk van de Weense staatsdrukkerij alom gewekt. Henry Bradbury (1831-1860), oudste zoon van William Bradbury van Bradbury&Evans, uitgever van onder andere Punch en de Daily News, meldde zich in 1852 met een aantal aanbevelingsbrieven in Wenen. Auer ontving hem en wees hem een drukker toe die het Engels enigszins machtig was en hem het werk in alle afdelingen van de Staatsdrukkerij tot in detail uitlegde. Bovendien kreeg hij de bouwtekeningen van verschillende machines en instrumenten waar hij om vroeg, evenals een ruime hoeveelheid voorbeelden van de verschillende soorten drukwerk. Bradbury had Auer verzocht of hij de nieuwe techniek van de Naturselbstdruck uitgebreider mocht bestuderen en toestemming kon krijgen om deze in Engeland te introduceren; de Staatsdrukkerij zou hij hiervoor alle eer geven! Terwijl Bradbury alles wat hij wilde weten in de Staatsdrukkerij opstak bleek hij vooral in het uitgaansleven geïnteresseerd; vroeg Auer op een gegeven moment zelfs om een lening omdat zijn geld op was. Toen hij probeerde een van de voorlieden van de drukkerij met 40 florijnen om te kopen om hem nog meer drukplaten te geven  werd dit aan Auer gerapporteerd en kon hij vertrekken.

bradbury_munt

Na terugkeer in Engeland vroeg Bradbury patent aan op ‘een verbetering’ van het natuurdrukprocédé van de Staatsdrukkerij, die hij ‘phytoglyphie’ noemt. Hij maakt afdrukken van een van de drukplaten die hij uit Wenen had meegekregen en stuurde daarvan eind 1853 zelfs een afdruk aan Auer, met de mededeling dat de natuurdruk niet in Oostenrijk was uitgevonden, maar in Engeland! Uiteraard was Auer woedend over de ongehoorde misdragingen van Bradbury, die neerkwamen op bedrijfsspionage. Daarom beschreef hij de gang van zaken in ‘Das Benehmen eines jungen Engländers namens Henry Bradbury’, een bijlage bij Die Entdeckung des Naturselbstdruckes (1854). Bradbury trok zich aanvankelijk niets van de beschuldigingen van Auer aan; Bradbury&Evans publiceerde eerst (1853) enkele losse prenten onder de noemer ‘Phytoglyphy. The art of printing from nature’. In het volgende jaar verscheen een lijvige publicatie op folioformaat, A Few Leaves Represented by Nature Printing: Showing the Application of the Art for the Reproduction of Botanical and Other Natural Objects (1854, zie hiernaast Mentha aquatica, watermunt). Hiervan werden talrijke presentexemplaren verstuurd, onder andere naar de paus en koning Leopold I van België. De prenten waren fraai ingekleurd, maar botanici waren er niet erg van onder de indruk. Perfectionering zou te kostbaar worden, zodat Bradbury&Evans, een commerciële drukkerij-uitgeverij, naar lucratievere toepassingen omkeek.

natuurdruk_Pteridium_aquilinum_Moore44

Die werden gevonden in The Ferns of Great Britain and Ireland (folio, 1855-56) van Thomas Moore (hiernaast: Pteridium aquilinum, adelaarsvaren). Van hem was eerder een vergelijkbaar werk uitgegeven op octavoformaat, A Popular History of the British Ferns and the Allied Plants, Comprising the Club-mosses, Pepperworts, and Horsetails (1851)  met ingekleurde kopergravures van de bekende illustrator Walter H. Fitch. In deze periode van Pteridomania, varengekte, was er kennelijk belangstelling voor meer.

 

 

Laminaria_-Nature_print[1]

 

Daarna verscheen The Nature-Printed British Seaweeds (1858-60) van W. Johnstone en A. Croall (hiernaast: Laminaria digitata, vingerwier, kelp, kombu) en tegelijkertijd een populaire uitgave van British Ferns op octavoformaat in twee delen – uiteraard met andere, kleinere soorten dan in de eerste foliouitgave. Vanwege de in Engeland heersende vreemdelingenhaat, die de Oostenrijkse regering hoogst onbemind maakte, kon Bradbury zich met twijfelachtige argumenten verweren tegen de beschuldigingen van Auer. Toen hij enkele jaren later in 1859 op dezelfde onbeschaamde wijze een patent van een drukker Joubert in Londen negeerde, overspeelde hij zijn hand en werd de eerdere affaire weer opgerakeld. Een jaar later was het gedaan met Bradbury. Hij pleegde, 29 jaar oud, zelfmoord door het innemen van blauwzuur.