CONVIVENCIA: CÓRDOBA ROND 1000 A.D.

7_grote_moskee_3

Córdoba, Romeinse brug over de Guadalquivir en de Grote Moskee

Voor Córdoba!, een theaterproject in 2005 van Matthijs Rümke, waaraan door een Belgisch en vijf Nederlandse theatergezelschappen werd deelgenomen, is door Cantua de initiële research gedaan voor de Arabische aspecten van het thema Convivencia, de samenleving tussen Arabieren, Joden en Christenen.

Samen met Elena Hanselaar (Hanze Producties) is een presentatie en een intranetsite gemaakt voor de artistiek en zakelijk leiders van de gezelschappen. De site bevatte teksten over kunsten, wetenschappen, het kalifaat en de stad Córdoba met zijn omgeving. Hieronder enkele voorbeelden.

 

bayad_wa_riyad_bewerkt

Hadīth Bayād wa Riyād, manuscript op papier, 28×20 cm, met 14 illustraties. Almohaden periode, waarschijnlijk Sevilla, 13de eeuw. Biblioteca Apostolica Vaticana, Vat. Ar. 368.

Bayād en Riyād

De jonge koopman Bayād wordt verliefd op de slavin Riyād. Ze behoort toe aan al-Hājib, een kamerheer die zelf ook een oogje op haar heeft. Bayād bevindt zich daardoor in een lastig parket, maar hij vindt een gewillig oor bij een oude vrouw, die al gauw zijn postiljon d’amour en raadgeefster wordt. Ze regelt het zo dat de geliefden elkaar ontmoeten op een muziekavond die door de Vrouwe van het Paleis, de dochter van al-Hājib, wordt georganiseerd. De geliefden zingen en spelen de luit, waarbij ze elkaar hun liefde verklaren. De Vrouwe van het Palies is hierdoor verontrust, bang als ze is dat haar vader achter de affaire zal komen. Daarom beveelt ze dat Riyād in een part vertrek moet worden opgesloten, waar ze eenzaam wegkwijnt. Intussen zwerft Bayād verdwaasd rond. Hij kan niet eten of slapen, praat in zichzelf, slaakt diepe zuchten en bezwijmt regelmatig van verdriet (fig. boven). Zelfs als hij wel slaapt, doet hij dat “niet om te rusten, maar in de hoop het beeld van mijn geliefde in mijn dromen te zien”.

Uiteindelijk weten de geliefden brieven uit te wisselen. De oude vrouw doet een goed woordje voor Riyād bij de Vrouwe van het Paleis, die tenslotte besluit Bayād en Riyād samen te brengen, wat er ook verder van komt. De oude vrouw wordt gezegd naar huis te gaan en bericht af te wachten. Twee maanden lang gebeurt er niets. Dan stuurt de Vrouwe van het Paleis op een moment dat ze denkt dat de kust veilig is tien gesluierde dienaressen naar de oude vrouw. De oude vrouw vermomt Bayād als dienares, en elf gesluierde vrouwen keren terug naar het paleis waar Riyād wacht. Ze krijgen elkaar.

 

55_synagoge_cordoba_3

De synagoge van Córdoba

Hasday ibn Shaprut

Hasday ibn Shaprut leefde van 905-975 AD (294-365 AH). Hij was hofdignitaris onder Abd ar-Rahman III en Hakam II. Hij kende arabisch, hebreeuws, latijn en het romaanse dialect en was aan het begin van zijn carrière gespecialiseerd in medicijnen. Oorspronkelijk was hij hofarts van Abd ar-Rahman III, die hem al gauw opzichter van invoerheffingen maakte – een combinatie die niet ongebruikelijk was. Als diplomaat stond Hasday in contact met gezantschappen van Byzantium en Duitsland. Hij ondernam een missie naar Leon en bracht Sancho de Dikke en Toda mee terug (347/958). Hasday bestudeerde met hulp van een monnik (Nicholas) een uit Byzantium gezonden manuscript van de Materia Medica van Dioscorides en verbeterde de bestaande vertaling ervan in het Arabisch. Hij was het hoofd (nasī) van de joden van het rijk. Hebreeuwse verhalen, gedichten en documenten vertellen van zijn diensten voor en contacten met joden in Spanje, het oosten, Byzantijns Italië, Toulouse en het koninkrijk van de Khazaren; van zijn hof waar Hebreeuwse geleerden en dichters verbleven; en van zijn streven om een andalusische school van joodse geleerdheid op te zetten. Deze laatste activiteit, die het spaanse jodendom onafhankelijk maakte van buitenlandse mogendheden m.b.t. tot het bestuur van hun gemeenschap en hun culturele oriëntatie, werd waarschijnlijk gestimuleerd door het Umayyadenkalifaat. [uit: Encyclopedia of Islam]

Hisdai (Hasdai) ibn Shaprut (ong. 915-970) is de eerste joodse hoogwaardigheidsbekleder in dienst van de islamitische heersers in Spanje over wie informatie bekend is. De achternaam is Spaans, mogelijk afgeleid van Saporta; de familie kwam uit Jaen. Hisdai studeerde medicijnen in Cordoba en kwam in dienst van Abd ar-Rahman III. Hij was praktizerend arts en deed ook onderzoek. In de late jaren ’40 was Hisdai lid van de groep die een uit Constantinopel afkomstig manuscript van Dioscorides’ Materia Medica hielp vertalen van het Grieks naar Arabisch. Hij werd door Abd ar-Rahman benoemd tot directeur van invoerrechten, een van de belangrijkste overheidsbanen in het rijk. Toen abt Johannes van Goerz (Gorizia) in 953 in Cordoba was als afgezant van Otto I, de keizer van het Roomse Rijk, werden de onderhandelingen door Hisdai geleid. In 956 werd hij samen met een islamitische gezant naar het hof van León gestuurd om vredesonderhandeliongen te voeren. In 958 werd hij naar Navarra gestuurd om Sancho de Dikke te genezen.

Hisdai werd benoemd tot nasi/nagid van de Joodse gemeenschap van moors Spanje. Hij steunde geleerden en intellectuelen, zoals zijn hebreeuwse secretaris Menahem bin Saruq en was vrijgevig voor dichters. Dunash ibn Labrat schreef gedichten die aan Hisdai waren opgedragen. Hisdai benoemde Moses bin Hanokh tot rabbijn, en na diens dood zijn zoon. Volgens de overlevering heeft Hisdai een brief gestuurd naar Jozef, de koning van de Khazaren, een volk dat zich tot het Jodendom had bekeerd. Hisdai beschrijft in zijn brief het Umayyadenrijk in Spanje en zijn positie, en in het antwoord van Jozef staat een gedetailleerde beschrijving van de bekering van de Khazaren. Men twijfelt aan de authenticiteit van deze briefwisseling. [uit: Encyclopaedia Judaica]

diosc_sesamoides

De Materia Medica van Dioscorides, bladzijde uit een 10de-eeuwse kopie van de Arabische vertaling.

Arabische vertaling van Dioscorides’ De Materia Medica

Het beroemdste medicinale kruidenboek uit de oudheid, De Materia Medica van de Griekse arts Pedanius Dioscorides werd geschreven in de eerste eeuw A.D. Via het Syrisch werd het in het Arabisch vertaald. Dit gebeurde in de 9de eeuw, door de beroemde vertaler Hunayn ibn Ishaq. In deze eerste vertalingen werden in het Arabisch niet bekende termen en (planten-) namen eenvoudig overgenomen, zoals het bovenstaande voorbeeld laat zien.

Rond 940 stuurde de Byzantijnse keizer Constantijn VII (volgens anderen: zijn co-regent Romanus) een geïllustreerde kopie naar Abdarrahman III in Cordoba opdat de bestaande Arabische vertalingen konden worden gecorrigeerd. Hasday ben-Shaprut nam deze taak op zich, bijgestaan door de Byzantijnse monnik Nicolas.[In de Leidense UB bevindt zich een Arabische kopie uit 1082]

Sesamoides al-Kabīr. Vertaling [tussen rechte haken mijn commentaar]:

“De grote sesamoides.  Dit is wat genoemd wordt de […; onduidelijk] Nieswortel, omdat hij verward wordt, door zijn purgerende werking, met de Witte Nieswortel [Helleborus ( ? niger, Kerstroos; een plant met witte bloemen en zwarte wortels)]. De laatste behoort tot de planten die zaadkapsels hebben. [Sesamoides] lijkt op de planten die īzīghārrūna [Griekse niet-vertaalde term; equivalent niet bekend] genoemd worden of Ruit. De plant heeft langwerpig blad, witte bloemen en dunne wortels die niet worden gebruikt. Het zaad lijkt op dat van de eetbare Sesam. Als men van deze zaden neemt wat men met drie vingers kan oppakken, fijngestampt met anderhalve obolos [Griekse niet-vertaalde term; οβολος, obool. Een munt, mogelijk ook als gewichtseenheid in gebruik] Witte Nieswortel in de siroop die genoemd wordt mālīqarāthūn [Griekse niet-vertaalde term, wsch. μελικρατον, melikraton, een drank uit honing en melk gemaakt], dan [verdrijft (?)] dit slijm en gal.”

Sesamoides is een ook nu nog bestaande plantennaam, het is een Reseda-achtige. De hierboven afgebeelde en beschreven plant vertoont in zijn bouw – de vorm van het blad, de bloemaartjes en de ronde vruchtkapsels – een oppervlakkige gelijkenis met Sesamoides interrupta, een soort die in het westelijk deel van het Middellandse Zee-gebied voorkomt. Het is echter niet gezegd dat de hier afgebeelde en beschreven plant ook werkelijk dezelfde is als deze soort, die later door Linnaeus zo is genoemd.

 

 

Laat een reactie achter