Tag Archief: Paolo Boccone

V. Verspreiding en verfijning van natuurdruk

Boccone_Disegni_naturali_1695 - kopie - kopie

[dubbelklik op de afbeelding voor een vergroting]

Voor zover bekend was de Franse arts Antoine Mizauld (1520-1578) de eerste die in zijn Dendranatome (Parijs, 1560) de suggestie deed om grotere bladeren niet in hun geheel af te drukken, maar alleen het skelet ervan. Dat werd bereikt door het blad te laten rotten of met behulp van chemicaliën. Mizauld was kennelijk van mening dat bladeren het best te identificeren waren aan de hand van de omtrek en de nerven. Daarmee was hij de grondlegger van een methode die ook nu nog wordt toegepast: het standaardwerk ‘Nederlandse dendrologie’ (1ste druk 1933, 15de druk 2009) hanteert de bladvorm als belangrijkste kenmerk om bomen en struiken op naam te brengen. De lijntekeningen waarmee het werk is geïllustreerd geven voor het overgrote deel bladvormen en nervatuur weer.

Adriaen van den Spieghel (1578-1625), arts in Padua en naamgever van het plantengeslacht Spigelia, gebruikte drukkersinkt in plaats van roet om een afdruk te verkrijgen en bracht de inkt aan met een inktbal (drukkersbal). Hierdoor werden de fijnere bladstructuren beter zichtbaar en waren de afdrukken beter houdbaar. Johann Daniel Geyer (Dresden, 1661-1735) merkt in zijn Dictamnographia (1687) op dat natuurdruk voor botanici een methode is om afbeeldingen te maken wanneer zij zelf niet voldoende tekenvaardigheid bezitten.

In Engeland is natuurdruk pas echt verspreid geraakt na een verblijf van de Italiaanse natuurvorser Paolo (/Silvio) Boccone (1633-1704) , die zijn kennis onder andere doorgaf aan botanicus William Sherard (1659-1728). Van Boccone zijn twee manuscripten met plantenafbeeldingen in natuurdruk bekend, de Disegni naturali, opgedragen aan keizer Leopold I van Oostenrijk, en een collectie die aan Charles Montagu, Earl of Manchester werd geschonken (nu in de Bodleian Library, Oxford). Afgebeeld is hierboven een bladzij uit Disegni naturali met een afbeelding van Osmunda regalis, koningsvaren, en een van Angelica sylvestris, Gewone engelwortel.